Bij veel gezinnen staat de televisie de hele avond aan, ook wanneer er eigenlijk niemand echt naar kijkt. Het geluid en de beelden vormen dan een soort constante achtergrond, terwijl er ondertussen gegeten, gepraat of iets anders gedaan wordt in dezelfde kamer.
Die gewoonte sluipt er vaak ongemerkt in, simpelweg omdat het toestel al aanstond van een eerder programma en niemand er nog aan denkt om het uit te zetten. Na verloop van tijd wordt de stilte in huis bijna ongewoon zonder dat geluid op de achtergrond.
Bewust kiezen wanneer het toestel aan mag
Een vaste gewoonte om de televisie uit te zetten zodra het gekozen programma is afgelopen, helpt om het kijken weer een bewuste keuze te maken in plaats van een automatisme. Dat vraagt in het begin wat moeite, maar wordt al snel vanzelfsprekend.
Voor gesprekken aan tafel of tijdens het spelen met kinderen maakt een uitgeschakelde televisie een merkbaar verschil in hoeveel aandacht er werkelijk naar elkaar gaat. Zonder de constante achtergrond wordt het makkelijker om echt te luisteren naar wat er gezegd wordt.
Wie moeite heeft om de gewoonte te doorbreken, kan beginnen met één vaste moment per dag, bijvoorbeeld tijdens het avondeten, waarop de televisie sowieso uit blijft. Van daaruit breidt de gewoonte zich vaak vanzelf verder uit naar de rest van de avond.
Ook voor kinderen is het leerzaam om te merken dat een kamer zonder televisie op de achtergrond niet saai hoeft te zijn, maar juist ruimte geeft voor een spelletje, een boek of gewoon een gesprek aan tafel.
Na een tijdje wennen de meeste gezinnen aan de rustigere sfeer, en valt het net op hoe druk en afleidend een constant aanstaand toestel eigenlijk altijd is geweest, ook al leek dat voordien heel normaal.
Uiteindelijk wordt de televisie dan weer wat ze oorspronkelijk was bedoeld te zijn: een toestel dat je bewust aanzet voor iets specifieks, in plaats van een constante metgezel die de hele avond blijft meelopen op de achtergrond.